Het maandcontract van de Nederlandse elektriciteitsprijs (baseload, levering in oktober) laat een stijgende trend zien, in lijn met het seizoenseffect. Het contract noteert momenteel een prijs van EUR 85/MWh. Minder zonuren betekenen dat productie met hogere marginale kosten nodig wordt. Dit leidt tot hogere prijzen, ondanks dat windenergie in de herfst en winter traditioneel een groter aandeel krijgt. De productiecapaciteit van zonne-energie is immers groter dan de capaciteit van windenergie, waardoor de terugval van zon zwaarder doorweegt in de prijsvorming. De steenkoolprijs (API2, actieve maandcontract) is de afgelopen maanden gedaald. Toch is het prijsdrukkende effect ervan beperkt, mede door het relatief kleine aandeel ervan in de elektriciteitsmix.
De nationale CO2-heffing is afgezwakt, maar niet volledig afgeschaft. Afhankelijk van de prijsontwikkeling van het EU ETS, is het mogelijk dat er in 2026 (en de jaren erna) nog heffingskosten moeten worden betaald. De ETS-prijs noteert momenteel zo’n EUR 76/ton. De prijsstijging van afgelopen weken werd mede ingegeven door de rol van speculatieve posities richting de compliance-deadline eind september. Weersomstandigheden en gasprijzen blijven de komende maanden belangrijke fundamentele prijsdrijvers. Tegelijkertijd is er macro-economische onzekerheid, mede gevoed door het handelsbeleid van Amerikaans president Trump.
De Klimaat- en Energieverkenning (KEV) laat zien dat Nederland richting 2030 afhankelijker wordt van import van elektriciteit. De invoering van kwartierprijzen vanaf 30 september (voor levering op 1 oktober) moet tot een efficiëntere prijsvorming leiden op de day-aheadmarkt.