29 juli 2026

Geloofwaardig beleid vraagt om consequentie

Ambitie vormt de basis van vooruitgang, maar beleid wordt pas effectief wanneer het ook uitvoerbaar en voorspelbaar is. Toch zien we regelmatig dat ambitieuze beleidsmaatregelen later worden aangepast, uitgesteld of afgezwakt zodra de praktijk weerbarstiger blijkt dan verwacht. Dat roept de vraag op of overheden niet vaker vooraf zouden moeten toetsen wat haalbaar is, in plaats van achteraf te moeten bijsturen.

Hans van Cleef is hoofd Energie-onderzoek bij EqoLibrium (deze column is geschreven op persoonlijke titel)

 

Als ik vroeger iets deed wat niet mocht van mijn ouders, kreeg ik straf. Afhankelijk van de ernst van de overtreding mocht ik niet buitenspelen of werd mijn zakgeld gekort. Dezelfde logica werkte ook andersom: goed gedrag of extra inzet werd beloond. Mijn zwemdiploma haalde ik dan ook razendsnel en zonder zijwieltjes fietsen ging al snel vanzelf.

Opvoeden draait echter vooral om consequent zijn. Als de ene ouder nee zegt en de andere vervolgens alsnog toegeeft, brokkelt het gezag van de eerste af. Inconsistentie ondermijnt geloofwaardigheid.

Voor overheden geldt precies hetzelfde. Zij sturen gedrag met belastingen, heffingen en subsidies. Dat zijn beproefde instrumenten om beleidsdoelen te realiseren. Maar ook hier geldt: als je regels steeds aanpast, maatregelen uitstelt of aangekondigde sancties niet doorzet, tast het de betrouwbaarheid van het beleid en de geloofwaardigheid van de overheid aan.

“Uitstel van de methaanwet is nog geen afstel”

Vorige week las ik over het uitstellen van boetes voor olie- en gasbedrijven die de Europese methaanregels overtreden. Die regels moeten vanaf 2027 producenten stimuleren om hun methaanuitstoot te verlagen. In theorie klinkt dat logisch: wie vervuilt, betaalt. Maar waar in theorie het als een nobel en logisch plan klinkt, kan het plan ook anders uitpakken.

De praktijk is immers weerbarstiger. Producenten die niet aan de eisen kunnen voldoen, dreigen de toegang tot de Europese markt te verliezen. Daardoor moet de EU elders olie en gas inkopen. In een markt die al onder druk staat door geopolitieke spanningen en het wegvallen van Russisch gas is dat geen vanzelfsprekend alternatief.

Daar komt bij dat veel leveranciers opzien tegen de aanzienlijke administratieve lasten die de regelgeving met zich meebrengt. Het Internationaal Energieagentschap (IEA) waarschuwde onlangs dat de methaanregels kunnen leiden tot een daling van de Europese energie-importen. Nu waarschuwt het IEA de laatste tijd wel heel stellig voor heel veel, maar in deze hebben zij volgens mij gelijk. Ook in Brussel lijken die zorgen inmiddels te zijn doorgedrongen.

Daarom is besloten de handhaving voorlopig uit te stellen. De komende drie jaar worden geen boetes opgelegd. Maar uitstel is geen afstel. De wet blijft bestaan en de onzekerheid voor de markt daarmee ook. Of deze tijdelijke pauzeknop voldoende is om de ongewenste neveneffecten weg te nemen, betwijfel ik. Een volgende stap zou kunnen zijn om de maatregel fundamenteel te heroverwegen, zoals eerder gebeurde met de nationale CO₂-heffing.

“Gevolgen van beleid zijn vaak voorspelbaar”

Het patroon is bekend. Ambitieuze doelstellingen leiden tot ambitieus beleid. Vervolgens blijkt dat de praktijk weerbarstiger is dan gedacht en worden de plannen aangepast.

Dat hoeft niet te verbazen. Je kunt elektrificatie stimuleren, maar zonder voldoende netcapaciteit loopt die ambitie vast. Je kunt industriële uitstoot willen verlagen, maar als bedrijven daardoor internationaal niet meer kunnen concurreren, verdwijnen investeringen en banen. Je kunt recycling bevorderen, maar als fiscale regels het tegenovergestelde effect hebben, schiet het beleid zijn doel voorbij.

Beleid moet natuurlijk kunnen worden aangepast wanneer nieuwe inzichten daarom vragen. Dat is gezond. Maar veel van de problemen die later tot bijsturing leiden, zijn vaak al vooraf zichtbaar.

In onderzoeken die wij vanuit EqoLibrium uitvoeren, zien we regelmatig dat beleidsvoornemens op papier logisch lijken, maar in de praktijk anders uitpakken. Bedrijven opereren immers in een internationale markt en worden beperkt door wat technologisch én economisch haalbaar is. Die realiteit laat zich doorgaans prima vooraf analyseren.

“Ambitie is goed, maar realisme is beter”

Mijn voormalige werkgever ABN AMRO gebruikte ooit de slogan: ‘Het begint met ambitie’. Dat vond ik toen een sterke slogan en dat vind ik nog steeds. Ambitie zorgt ervoor dat je verder kijkt dan de status quo en hogere doelen nastreeft.

Maar ambitie alleen is niet voldoende. Als de lat structureel hoger wordt gelegd dan haalbaar is, ontstaat onvermijdelijk de behoefte om beleid later af te zwakken, uit te stellen of terug te draaien. Dat is begrijpelijk, maar het heeft een prijs.

Want iedere keer dat aangekondigde maatregelen niet worden doorgezet, neemt het vertrouwen in het beleid af. En net als bij opvoeden geldt ook voor overheden: geloofwaardigheid bouw je op door consequent te zijn. Niet door steeds opnieuw de regels te veranderen.