6 maart 2024

Gebrek aan visie is ook een keuze – Investeringsklimaat voor de energie-intensieve industrie

Nederland heeft lange tijd gegolden als een goede vestigingsplaats voor de energie-intensieve industrie. Zo is de Nederlandse glastuinbouw zeer omvangrijk, zijn er meerdere industriële clusters gevestigd, en heeft de Rotterdamse haven een grote aantrekkingskracht op onder andere chemie en raffinaderijen. Deze industriële capaciteit is – met haar hoge arbeidsproductiviteit – van aanzienlijk belang voor de Nederlandse economie in brede zin. Niet alleen vanwege de grote indirecte werkgelegenheid, maar ook omdat het de basis vormt voor de maakindustrie, die producten als windmolens en kunstmest maakt. Deze producten leveren een belangrijke bijdrage aan de strategische autonomie van Nederland en Europa, waardoor de basisindustrie van belang is voor bijvoorbeeld het slagen van de energietransitie en stabiliteit in de voedselvoorziening.

Recentelijk zien we een reeks ontwikkelingen die het gunstige vestigingsklimaat van Nederland negatief beïnvloeden, in het bijzonder voor de energie-intensieve industrie. Nederlandse bedrijven hebben, net zoals in de rest van Europa, te maken met hoge gas- en elektriciteitsprijzen als gevolg van de sancties die zijn ingevoerd na de Russische inval van Oekraïne. Dit is vaak wel twee tot drie keer zoveel als Amerikaanse bedrijven betalen. Waar in onze omringende landen de overheid deze sectoren tegemoet probeert te komen met belastingvoordelen, heeft de Nederlandse overheid juist besloten om gas en elektriciteit voor grootverbruikers met enkele maatregelen duurder te maken. Ook heeft de Nederlandse overheid de afgelopen jaren met wisselend beleid laten zien dat zij geen consequente langetermijnvisie heeft op waar ze heen wil met de industrie. Sommige maatregelen staan op gespannen voet met andere. Als gevolg hiervan weet de energie-intensieve industrie niet goed waar ze aan toe is. Dit leidt ertoe dat hoofdkantoren in het buitenland investeringsbeslissingen uitstellen of verplaatsen naar locaties buiten Nederland.

Waar Nederland steeds minder aantrekkelijk wordt voor industriële productie ten opzichte van haar buurlanden, geldt dat ook voor Europa als geheel. Naast de betaalbaarheid is de leverings- en/of voorzieningszekerheid van energie voor Europese bedrijven omgeven met toenemende risico’s. Europa is op het gebied van nagenoeg alle brandstoffen bijna volledig afhankelijk van import. Daarnaast kennen andere industriële grootmachten uitgebreide stimuleringsprogramma’s van de overheid, zoals de Inflation Reduction Act (IRA) in de Verenigde Staten (VS) en vergelijkbare programma’s in China. De Europese Unie (EU) is een stuk minder scheutig met zulke staatssteun en komt in plaats daarvan vooral met verplichtingen voor bedrijven (zoals CSDDD en CSRD), welke meer administratie en controles vereisen en daarmee voor hogere kosten zorgen. Dit past in een breder plaatje in Europa, waarbij (fossiele) energie-intensieve bedrijven langzaam maar zeker hun maatschappelijke license-to-operate dreigen te verliezen. De focus ligt hier sterk op klimaatbeleid, waarbij de politiek betaalbaarheid, beschikbaarheid, en strategische onafhankelijkheid een minder hoge prioriteit geeft dan in andere werelddelen.

In dit rapport kijken we naar de recente ontwikkelingen en beschrijven we de redenen voor het veranderende investeringsklimaat. Dit overzicht is nodig om tot de juiste strategische keuzes te komen ten behoeve van het Nederlandse investeringsklimaat. Voor de industrie, maar misschien ook wel voor het bedrijfsleven in het algemeen. Het hebben van geen langetermijnvisie is ook een keuze, maar wel een met mogelijk grote consequenties.