Om afspraken uit het klimaatakkoord na te komen moeten in Nederland flinke stappen worden gezet om de uitstoot van CO2 te reduceren. Het gebruik van fossiele brandstoffen wordt zo veel mogelijk vervangen door het gebruik van duurzame alternatieven zoals hernieuwbare energie uit wind en zon. De energietransitie vraagt daarbij om een fundamenteel ander energiesysteem dan het huidige, dat onvoldoende voorbereid is op de groeiende energievraag.
Provincie Zeeland werkt samen met netbeheerders en gemeenten aan het opstellen van het Provinciaal Meerjarenprogramma Infrastructuur Energie en Klimaat (PMIEK). In het PMIEK 2.0 zijn verschillende onderzoeks-, en verkenningsprojecten opgenomen. Eén van de onderzoeksprojecten betreft de gemeente Sluis. Sluis heeft een uniek profiel doordat de toeristische sector een grote invloed heeft op het gebruik van energie. Naast de reguliere vraag uit huishoudens en bedrijven zorgt het toerisme met name in de zomer en vakantieperiodes voor sterke verbruikspieken.
Tegelijkertijd is het landschap rond Sluis een belangrijke trekpleister voor toerisme, wat in bepaalde perioden van het jaar zorgt voor uitzonderlijk hoge pieken in de energievraag en het energieverbruik. Deze combinatie: groot en uitgestrekt buitengebied, een beperkte bevolkingsdichtheid en sterke seizoens-pieken maakt dat zowel vraagpatronen als ruimtelijke omstandigheden een belangrijke rol spelen bij het ontwerpen en het aanleggen van het toekomstige energiesysteem.
Er wordt in deze studie inzicht gegeven in hoe het energiesysteem in de gemeente Sluis in de toekomst kan worden ingericht. Op basis van modelberekeningen worden verschillende scenario’s voor de ontwikkeling van het energiesysteem met elkaar vergeleken. De scenario’s laten zien hoe keuzes rondom duurzame opwek, warmtepompen en netinpassing doorwerken in kosten, uitstoot en netbelasting.
Lessen uit de studie
Op basis van de modelberekeningen hebben de netbeheerder, de provincie Zeeland en de gemeente Sluis door deze studie inzichtelijk gekregen wat de knelpunten waren op het gebied van mogelijke netcongestie in een gemeente die wil doorgroeien én specifieke kenmerken heeft qua energievraag en -aanbod en locatie.
De voorziene problematiek rond de timing van de uitbreiding van het station Oostburg, heeft er mede toe geleid dat Stedin heeft besloten de uitbreiding van dit station enkele jaren naar voren te halen. Verder bleek uit de studie dat er diverse no-regret opties zijn voor de verduurzaming van de energiemix om:
a) de CO2-uitstoot te verlagen ten einde de gestelde klimaatdoelen te halen, en
b) die kostentechnisch het gunstigst zijn.
‘Meten-is-weten’ wordt vaak gezegd. Deze studie toont aan dat dit waar is. Door inzicht in de transitie en de mogelijke scenario’s die op tafel liggen door te rekenen, kunnen netbeheerders en beleidsmakers díe keuzes maken die het meest gunstig zijn. Gunstig voor de inwoners en voor het bedrijfsleven.
Een ander aspect is dat deze studie partijen echt bij elkaar heeft gebracht. Diverse partijen, zoals de netbeheerder, de provincie, de gemeente en lokale ondernemers waren vanzelfsprekend al vaker met elkaar in gesprek. Toch helpt een studie als deze bij het inzichtelijker maken van en het nadenken over onderwerpen die een gemeenschappelijke deler hebben en die iedereen belangrijk vindt. Hierbij blijkt meestal dat, als je oog hebt voor elkaars interesses en belangen en daarin open bent, er diverse doelen bereikt kunnen worden en helder is wie wat wanneer moet doen.