5 mei 2026

De markt heeft altijd gelijk – punt.

Extreme prijsschommelingen op de elektriciteitsmarkt lijken het nieuwe normaal. Van sterk negatieve prijzen bij overaanbod tot pieken bij schaarste: het systeem kraakt onder zijn eigen dynamiek. Toch zit de oplossing niet in meer marktinterventie of in het splitsen van de markt in een voor hernieuwbare elektriciteit en een voor aardgas. De oplossing zit vooral in slimme keuzes, want de belangrijkste knoppen om kosten te sturen zijn al in handen van de overheid.

Eind vorige maand was het weer zover. De elektriciteitsprijs daalde tot een record van minus 550 euro in nagenoeg heel Noordwest-Europa. Een combinatie van wind, flink wat zon en minder vraag maakte dat alle benodigde elektriciteit diverse uren achtereen met hernieuwbare energiebronnen kon worden opgewekt.

Het was zelfs zó veel, dat het leidde tot een stevig overaanbod van elektriciteit. Negatieve prijzen zijn immers altijd het gevolg van een onbalans tussen vraag en aanbod. Te veel aanbod leidt tot de noodzaak van afschakeling om het net in balans te houden. En daarom moet de netbeheerder flink in de buidel tasten om partijen te verleiden meer te gebruiken en, als dat niet volledig lukt, om af te schakelen.

Het is het nieuwe normaal. Niet alleen negatieve prijzen, maar vooral steeds vaker een onbalans tussen vraag en aanbod. Nu zijn de prijsbewegingen bij elektriciteit vele malen heftiger dan bijvoorbeeld op de olie- en gasmarkt. De elektriciteitsmarkt moet immers altijd – dus iedere seconde – op 50 Hertz stabiel zijn. Dat vergt heel veel balancering. Voor grondstofmarkten zoals olie- en gas ligt het net even anders. Ook daar zoeken markten naar een vraag/aanbodbalans op basis van de meest kostenefficiënte mix met flinke prijsbewegingen als gevolg. Toch luistert dat allemaal net wat minder nauw.

Onlangs zagen we in het VK een oproep van de nationale netbeheerder NESO (zeg maar de TenneT van het VK) richting huishoudens om meer elektriciteit te gebruiken komende zomer. Niet alleen om te profiteren van de lage elektriciteitsprijzen en het net te balanceren, maar ook om daarmee flinke afschakelvergoedingen aan producenten uit te sparen. Meer verbruik leidt dan tot lagere kosten. Dit in tegenstelling tot de oproep vanuit Brussel en het Internationaal Energieagentschap richting verbruikers van gas, olie en olieproducten. Daar zien we juist krapte als gevolg van de oorlog in Iran, en zou een lager verbruik bijdragen aan het balanceren van de markt.

Tegelijkertijd willen beleidsmakers hier soms ook in doorslaan. Net als tijdens de energiecrisis in 2021/22 wordt er weer gepleit om de elektriciteits- en gasmarkt los te koppelen. Sterker nog, in het VK gaan ze het – tegen alle adviezen in – ook echt proberen. De gasprijs is immers hoog als gevolg van de Amerikaanse/Israëlische oorlog tegen Iran. En als de wind minder waait en de zon minder of niet schijnt, dan zijn het voornamelijk de gascentrales die ons elektriciteitsnet in balans houden. En die kosten geld. En niet alleen omdat de gasprijs nu hoger ligt, maar omdat deze in steeds minder uren hun businesscase rond moeten rekenen. Lukt dat niet, dan zou er geen incentive meer zijn om de centrales überhaupt beschikbaar te houden voor het geval ze nodig zijn.

En daar begint de denkfout bij beleidsmakers. Het idee van het loskoppelen van de elektriciteits- en gasmarkt is dat de prijs van elektriciteit soms te hoog is als er gas in de mix nodig is. Immers, álle elektriciteitsprijzen worden dan afgerekend tegen de kostprijs van de hoogste bieder: meestal gas. Dat zou leiden tot te hoge prijzen voor de consument.

Het blijft een vreemd principe dat we het blijkbaar prima vinden dat er negatieve prijzen gelden ten tijde van overaanbod, maar moeite hebben met hogere prijzen ten tijde van een tekort. Ongeacht het scenario zijn er winnaars en verliezers in de markt. Bij negatieve prijzen verdienen investeerders in zon- en windenergie niets en voelen beleidsmakers zich zelfs geroepen om met subsidies nog meer investeringen los te weken. Bij hoge prijzen worden partijen die op dat moment winst maken bijna weggezet als crimineel, terwijl je eigenlijk dankbaar zou moeten zijn dat zij tegen een hogere prijs ‘het probleem van tekorten’ oplossen.

Het selectief wel of niet ingrijpen in markten leidt niet alleen tot onduidelijkheid op financiële markten en verkeerde prikkels bij vraagsturing en investeringen in energiebronnen. Het leidt vooral tot een inefficiëntere markt. Door een loskoppeling van gas en elektriciteit moeten er twee separate markten ontstaan. Met ieder hun eigen vraag/aanbodbalans, hun eigen back-up-systemen ten behoeve van leveringszekerheid en regels en toezicht. En dat terwijl de liquiditeit op die markten lager zal zijn.

Dat de consument soms meer betaalt voor gas als back-up of het afschakelen van hernieuwbare energiebronnen bij overaanbod, is het gevolg van de huidige elektriciteitsmix. Wil je nooit gas in de mix? Dan moet je nog meer hernieuwbare elektriciteitsbronnen neerzetten. Dat leidt dan in veel gevallen tot vaker negatieve prijzen, waardoor de business case helemaal niet meer uit kan zónder bijpassende groei van de vraag naar elektriciteit. Wil je daarentegen toch een vaste prijs? Sluit dan als huishouden een vast contract af, of neem als bedrijf een Power Purchase Agreement (vaste prijs) of een Contract for Difference(variabele prijs binnen een bandbreedte).

Het opsplitsen van markten en het daarmee nog complexer maken, is een recept voor onzekerheid als gevolg van nog meer volatiliteit met veel hogere en veel lagere prijzen. En dat terwijl de energierekening vooral bepaald wordt door energiebelastingen, nettarieven, transportkosten en btw. Dus áls de overheid al iets wil doen aan hoge prijzen, dan hebben zij de belangrijkste instrumenten zelf al in handen.

 

Hans van Cleef is hoofd Energie-onderzoek bij EqoLibrium (deze column is geschreven op persoonlijke titel en eerder geplaatst bij Studio Energie Opinie)