Hoewel het retourtje Route du Soleil door de meeste Nederlanders net gemaakt is, neem ik u graag alvast mee in een glazen bol naar de volgende zomer. Het is begin juli 2026 als de fameuze bordesscène de start van een nieuw kabinet inluidt. In lijn met de gemiddelde duur van de voorgaande drie formaties zal ook deze formatie zo’n 250 dagen geduurd hebben. Paleis Noordeinde laat zich op deze zonovergoten dag volstromen met vaderlandslievende persafgevaardigden. Een heuglijk moment, want ons land heeft na meer dan een jaar onzekerheid weer een landsbestuur.
Tegelijkertijd zal de kiezelharde politieke realiteit van bestuurlijke uitdagingen de vreugde van korte duur laten zijn. De kakelverse regering zal moeten doen wat het kan om de rijksbegroting tijdig te vervolmaken voor Prinsjesdag. Dat zal echter niet makkelijk worden, gezien de donkere wolk die vanaf 2027 boven de portemonnee van het volk zal gaan hangen. Enfin, tot zover mijn glazen bol.
Besturen na de zonneschijn
Glazen bollen kun je beter aan politici overlaten. Zij pretenderen immers: ‘Regeren is vooruitzien’. Daarmee wordt uiteraard bedoeld dat goed bestuur rekening houdt met toekomstige ontwikkelingen. Maar gebeurt dat wel voldoende? En als ze al rekening houden met de toekomst, zijn ze daar dan wel transparant over? In mijn ogen is juist die transparantie cruciaal om een vertrouwensband tussen volk en politici te onderhouden. Schiet je tekort, dan daalt het vertrouwen in de politiek en ligt het speelveld open voor populistisch gedachtegoed.
Daarom zou ik de populaire politieke frase graag willen uitbreiden als volgt; ‘regeren is vooruitzien én daarover transparant zijn’. Over zo’n anderhalve maand zetten we weer een rood kruisje in het stemhokje. Simpel op papier, maar een schrille tegenstelling met de complexiteit van de opgaven. Of het nu gaat om immigratie of de energietransitie. In tegenstelling tot wat populisten je graag doen geloven, is de werkelijkheid er nu eenmaal een van veelvormigheid en nuance.
Vooruitzien is niet genoeg
Ik pleit ervoor om die complexiteit juist bloot te leggen! En verkiezingstijd is daarvoor het aangewezen moment. Het volk verdient beter dan een ongenuanceerd populistisch zwart-wit denken. Door het volk juist in te lichten over de omvangrijkheid en complexiteit van nationale bestuurlijke uitdagingen, investeer je in een politiek-maatschappelijke vertrouwensband. Die vertrouwensband is cruciaal voor een adequaat landsbestuur dat ook politiek lastige, maar noodzakelijke keuzes kan verdragen.
Zo’n bestuurlijke uitdaging is een systeem dat pas in 2027 in werking treedt. Dat lijkt vandaag de dag wellicht een ver-van-je-bedshow. Toch is dit systeem een van de eerste onderwerpen waarvoor een nieuw kabinet rekenschap zal moeten geven. Het gaat over ETS2: een tweede emissiehandelssysteem naast het emissiehandelssysteem dat we sinds 2005 al hebben voor de elektriciteitssector en de industrie. Dit in de hele EU geldend wordende systeem heeft als doelstelling om CO2-uitstoot in met name het wegvervoer en de gebouwde omgeving omlaag te brengen.
De kosten van ETS2
Economisch gezien is het een slim systeem. Het maakt namelijk niet uit waar de CO2-reductie in de EU plaatsvindt. Daardoor kan de goedkoopste CO2-reductie als eerste plaatsvinden.
Het werkt als volgt: Het nieuwe emissiehandelssysteem verplicht energieleveranciers om de CO2-uitstoot van hun klanten af te dekken door emissierechten te kopen en af te boeken. Er is een gelimiteerd aantal emissierechten beschikbaar dat elk jaar afneemt. Deze emissierechten zijn verhandelbaar, waardoor er een prijs ontstaat voor deze rechten. De kosten die energieleveranciers – zowel voor warmte als voor brandstoffen – maken, zullen worden doorberekend aan de eindgebruiker. Ofwel, de energierekening voor de burger en de kosten aan de pomp lopen op.
Uit een brief van (inmiddels demissionair) minister Hermans van Klimaat en Groene Groei (van 4 november 2024) blijkt dat dit systeem tot een kostenopslag van zo’n 11-13 eurocent per liter benzine of diesel en 10 eurocent per kubieke meter aardgas kan leiden. Voor gemiddelde huishoudens telt dit op tot een paar honderd euro extra aan kosten vanaf 2027. Ofwel, de eerste indruk die een nieuw kabinet achter zal laten, is er een van rekeningen die met honderden euro’s oplopen. Het in werking treden van dit emissiehandelssysteem is praktisch vrijwel onomkeerbaar. Toch blijft de boodschap grotendeels onderbelicht.
Niet wegmoffelen, maar uitleggen
De bijkomende boodschap van een oplopende energierekening is dan wellicht ongemakkelijk. Toch zijn er juist politieke maatregelen te nemen om de impact te verkleinen, of de kosten daar te laten landen waar ze te dragen zijn. Het ETS2 is er voor gemaakt om een financiële prikkel te geven om mensen de overstap te laten maken van het gebruik van fossiele energiebronnen naar een CO2-neutrale voetafdruk.
Als die prikkel wordt gecombineerd met slimme aanvullende maatregelen op nationaal niveau, hoeft de pijn niet door iedereen gevoeld te worden. Een slimme aanpak kan mensen juist ontzien en helpen met een omschakeling naar een schone en betaalbare energierekening. Zo hoeft de boodschap – als hij maar op tijd en goed uitgelegd wordt – geen probleem te zijn voor de kiezer.
Het is dan dus wel van belang dat de kiezer wordt meegenomen in dit verhaal. Als je als politicus wat wilt doen aan het vertrouwen in de politiek, zijn de komende Tweede Kamerverkiezingen de uitgelezen kans om dit onderwerp bespreekbaar te maken.
Regeren is vooruitzien. Maar wees dan ook transparant! Doe je dat niet, dan is het risico dat je de verkiezingen eind oktober wint, maar dat je het vertrouwen onder je kabinet al kwijt bent voordat je goed en wel begonnen bent. Daarmee maak je de bodem opnieuw vruchtbaar voor het welig tieren van populistische wortels.
Begin dus niet met wegmoffelen, maar met uitleggen!
Deze column is op persoonlijke titel geschreven door Bart van der Pas.