6 augustus 2025

De prijs van principieel beleid – Fabian Steenbergen

Op 6 mei 2025 gaf de Europese Commissie (EC) concrete invulling aan iets wat zij al sinds de Russische inval van Oekraïne in februari 2022 verkondigd: per 1 januari 2028 stopt de EU volledig met de import van Russische energie. Dit betreft alle invoer van (met name fossiele) brandstoffen, óók wanneer EU-lidstaten na 2027 nog vastzitten aan lange termijncontracten met Gazprom, Rosneft, of een ander vanuit het Kremlin aangestuurd staatsbedrijf.

Direct na publicatie uitten verschillende experts hun twijfels over de juridische houdbaarheid van de force majeure-bepaling, die westerse bedrijven de mogelijkheid moet geven om hun langlopende contracten eenzijdig te beëindigen. Minder aandacht ging in de media uit naar het onderdeel van het REPowerEU-plan dat al eerder in werking treedt: per 1 januari 2026 is de import van Russische energie via de spotmarkt verboden.

 

Europa gaat een risicovolle winter tegemoet

In 2024 importeerde de EU 52 bcm gas uit Rusland, goed voor zo’n 19% van de totale gasimport. Volgens de EC bereikt ongeveer een derde van de Russische gasimport de Europese markt via spotleveringen. Dat betekent dat EU-lidstaten ergens tussen nu en 1 januari 2026 zo’n 15 tot 20 bcm gas elders moeten vastleggen om het huidige importniveau te behouden – of gokken op de spotmarkt.

De gasmarkt is nog altijd krap, wat het belang onderstreept van het op peil houden van gasimporten. Hoewel het vullen van de Europese gasvoorraden beter verloopt dan verwacht, houdt het absoluut niet over. Nederland zal naar verwachting de nationale doelstelling van 80% (110 TWh) per 1 november wel halen, maar met een huidige vulgraad van 59% ligt het niveau aanzienlijk lager dan in de voorgaande twee jaar. Eenzelfde beeld is zichtbaar elders in Europa, zoals in Duitsland (62%).

Het uitblijven van tegenvallers bij het vullen van de gasvoorraden, het voorkomen van een versnelde onttrekking hieruit, en het blijven aanvoeren van gasimporten tijdens de wintermaanden zijn cruciaal voor het betaalbaar houden van gas in Europa. In de praktijk ligt de betaalbaarheid grotendeels in handen van de weergoden. Hierbij zijn we niet alleen afhankelijk van het uitblijven van hittegolven en de temperatuur in Europa in de komende winter (2025-2026), maar ook van het weer in Azië (zowel zomer als winter). Fingers crossed, hoor je de EC bijna denken.

Zelfs met de Russische spotleveringen is sprake van een gespannen situatie op de gasmarkt. Dit maakt het tijdig vervangen van de bijna 20 bcm die per 1 januari 2026 wegvalt des te belangrijker. Het merendeel van het gas dat in 2025 op de markt komt en nog niet is vastgelegd in langetermijncontracten, is Amerikaans (ongeveer 23 bcm). Hoewel dit, gezien de ´handelsdeal´ die Europa eerder met president Trump sloot, op papier niet slecht uitpakt, levert de EU zich hiermee wel grotendeels uit aan de VS.

Voor LNG is de EU inmiddels voor 55% afhankelijk van de VS – een flinke stijging ten opzichte van 40% in 2024. Met het verbod op gasimport uit Rusland dreigt de afhankelijkheid alleen maar verder toe te nemen. Vóór de Russische invasie van Oekraïne was Europa voor ongeveer 40% van zijn gasvraag afhankelijk van Rusland. Toen al was diversificatie het devies, net als nu.

 

De Russische oorlogseconomie draait naar behoren

Achttien sanctiepakketten en een heuse roadmap later draait de Russische economie echter nog altijd naar behoren. De economische groei lag in 2024 rond de 4% en komt dit jaar naar verwachting uit op 1,1%. Ondanks de enorme militaire uitgaven bedraagt het begrotingstekort naar verluid slechts 1,7%, hoewel dit deels te danken is aan de lage koers van de Russische roebel.

Het uitblijven van economische malaise is grotendeels het gevolg van de (bewust gecreëerde) ineffectiviteit van de sancties vanuit de G7 en de EU. Deze zijn één voor één en met lange tussenpauzes ingevoerd, waardoor de Russische overheid en het bedrijfsleven alle tijd hadden om zich aan te passen.

Het gevolg is dat de sancties vooral hebben geleid tot een verschuiving in handelsstromen. Europa importeert nog altijd veel Russische energie, zij het – naast LNG – grotendeels indirect; bijvoorbeeld in de vorm van olieproducten via derde landen als Turkije en India, of aardgas verwerkt tot kunstmest. Daarnaast heeft de handel tussen Europa en aan Rusland gelieerde landen als Kazakhstan, Georgië, Kirgizië en Armenië een toevlucht genomen sinds het uitbreken van de oorlog. Via deze routes vinden Russische producten alsnog hun weg naar Europa – en Europese producten naar Rusland.

 

Sancties zijn een balanceeract

In Europa’s beleid richting Rusland wordt voortdurend gezocht naar een evenwicht: het land economisch treffen, zonder dat de prijzen in Europa te sterk oplopen. De sanctiepakketten die daaruit zijn voortgekomen doen Rusland pijn, maar hebben de economie allerminst op de knieën gekregen. Ook het Europese verbod op Russische energie-import zal daar waarschijnlijk niet in slagen – terwijl de neveneffecten voor Europa wél voelbaar zijn.

Met het verbod op Russische spotleveringen per 1 januari 2026 zet de EC willens en wetens de betaalbaarheid – en mogelijk zelfs de leveringszekerheid – onder druk. Dat is politiek goed te begrijpen: Poetin is een agressor en dient tegengewerkt te worden. Rusland financieel de wind uit de zeilen nemen is hier een belangrijk onderdeel van.

Tegelijkertijd liggen de gas- en elektriciteitsprijzen in Europa nog altijd twee tot drie keer hoger dan elders in de wereld. Hierdoor zou uitbreiding van het aanbod het logische doel moeten zijn. In plaats daarvan zullen, door het wegvallen van het Russische gas, eerst handelsstromen moeten worden verlegd om het huidige aanbod überhaupt te behouden.

Structureel hogere energieprijzen hebben onomkeerbare gevolgen voor de energie-intensieve industrie – met alle gevolgen voor de strategische autonomie van dien. Daarnaast leiden hoge energieprijzen voor consumenten en het wegvallen van werkgelegenheid tot sociale onvrede, wat populisme in de hand werkt. Wanneer burgers geconfronteerd worden met stijgende energierekeningen en banenverlies in traditionele sectoren, groeit het toch al wankele wantrouwen jegens de gevestigde politiek. Dat creëert vruchtbare grond voor partijen die zich afzetten tegen Europese integratie en internationale samenwerking. Zo ondermijnt Europa met dit beleid mogelijk haar eigen democratische fundament – en speelt het Poetin juist in de kaart.

Deze column is op persoonlijke titel geschreven door Fabian Steenbergen.